|
Uit het boek
”oude ambachten en bedrijven achter rijn en ijssel”
In 1856
vroegen Jan en Louis Hetterscheid , respectievelijk bakker en timmerman
, vergunning op de door hen in erfpacht bezeten zuidwestelijke hoek van
de Vogeldel een windkorenmolen te mogen plaatsen.
Hiertegen
kwam Pijnappel wiens molen niet ver van die plek verwijdert stond
in het geweer. Hij meende dat er niet de minste behoefte bestond aan nog
een molen.
Ook de
omwonende boeren maakten bezwaar .
Zij voerden
aan dat de molen niet aan de straat kwam te staan en bijgevolg een
uitweg over hun gronden zou krijgen.
Zij vonden
trouwens iedere windmolen in hun nabijheid “schadelijk en hinderlijk ,
daar veel paarden door het ronddraaien der molenwieken schuw worden”.
|